Tagarchief: bodemdaling

Onduidelijkheid over bodemdaling – Kamervragen

5 maart 2021 | Stop Zoutwinning |

Henk Nijboer (PvdA) heeft op 26 januari 2021 vragen gesteld aan de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) over de bodemdaling bij zoutwinning. Minister van ‘t Wout heeft die vragen op 5 maart 2021 beantwoord.

Henk Nijboer PvdAEr blijkt onduidelijkheid te zijn over de bodemdaling bij zoutwinning. Het is mogelijk dat het centrum van de bodemdalingskom na enige tijd weer iets omhoog komt.

Wij vragen ons af wat dit betekent voor de maatregelen die het waterschap heeft moeten nemen om de bodemdaling op te vangen.

  • Is dan opnieuw aanpassing nodig?
  • Wie gaat dat betalen?
  • Is daar door Nedmag geld voor gereserveerd of lopen we het risico dat dit via de waterschapslasten op de bewoners verhaald wordt?

En kan er dan opnieuw schade aan huizen en bedrijfsgebouwen optreden?

De minister erkent dat een verandering van de waterhuishouding kan leiden tot schade aan gebouwen, natuur en milieu en mogelijk ook de land- en tuinbouw door verzilting.

Bij de zoutwinning in Friesland is de peilverlaging tot een minimum beperkt om de verzilting niet te versterken. Wij vragen ons af hoe dit in onze regio zit, zijn de belangen van land- en tuinbouw in onze regio voor de lange termijn wel voldoende geborgd?

Veendam is nummer 1 in top 20 Verzakking

9 december 2020 | Stop Zoutwinning

Veendam staat nu bovenaan in de top 20 van gemeentes qua verzakking.
Met de recent gepubliceerde bodemdalingskaart 2.0 data heeft SkyGeo een rangschikking gemaakt van gemeentes op basis van variatie van verzakking.
Zij waren verrast over het eerste nieuwe inzicht uit deze rangschikking. Nu er écht gemeten wordt blijkt niet Gouda de gemeente te zijn met de meeste verzakking maar Veendam.

“In Veendam worden de hoge variaties voornamelijk veroorzaakt door de lokale zakkingskom boven het diep gelegen Veendamse Zoutkussen. Zo’n zakkingskom is een na-ijlend verschijnsel dat vaak voorkomt in gebieden waar diepe mijnbouw, zoutwinning of gaswinning plaatsvinden.” Lees verder …

Zienswijze Nedmag-winningplan provincie Groningen

6 juli 2020 | Stop Zoutwinning

De zienswijze over het nieuwe winningsplan van Nedmag en de bijbehorende omgevingsvergunningen is op 30 juni 2020 vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Groningen en op 1 juli 2020 goedgekeurd door Provinciale Staten van Groningen.
Tijdens de bespreking op 1 juli 2020 zijn 3 moties ingediend (Partij voor de Dieren, Partij voor het Noorden en de Socialistische Partij). Alle moties zijn met grote meerderheid verworpen.

Volgens Gedeputeerde Staten staat de veiligheid van mijnbouwactiviteiten altijd voorop, evenals een goed en rechtvaardig schadeafhandelingsproces.
Vreemd dat hier wel een rechtvaardig schadeproces genoemd wordt maar niet een rechtvaardige schadevergoeding.

En, nog belangrijker gezien de toenemende gezondheidsklachten van mensen met meervoudige schade: waarom eist Gedeputeerde Staten niet dat verdere schade voorkomen wordt? De grenzen van het toelaatbare zijn al lang bereikt. Nóg meer schade gaat de draagkracht van de mensen in dit gebied ver te boven.

Gedeputeerde Staten zegt zich wel zorgen te maken over de bodemdaling en de impact daarvan en vraagt zich af of dit gebied deze mate van bodemdaling in de toekomst wel aan kan. Waarom staan ze de uitbreiding en daarmee nóg meer bodemdaling dan toe?

En hoe is het mogelijk dat kerosine geaccepteerd wordt als “milieuvriendelijker” alternatief voor dieselolie. Volgens REACH mag deze stof toch helemaal niet gebruikt worden in situaties waar die in het grondwater terecht kan komen?
Wij vinden het onbegrijpelijk dat de provincie Groningen zulke grote risico’s neemt met ons grondwater en daarmee met de drinkwatervoorziening en de voedselproductie in onze regio.

De zienswijze en de bijbehorende documenten zijn in te zien via de agenda van Provinciale Staten van 1 juli 2020, agendapunt 3.e.

Aa en Hunze tegen verdere zoutwinning Nedmag, Hunze en Aa’s wil compensatie

1 juli 2020 | RTV Noord | Jeroen Willems

Naast de gemeentes Midden-Groningen en Veendam komen ook het Drentse Aa en Hunze en waterschap Hunze en Aa’s met bezwaren op het ontwerp-instemmingsbesluit zoutwinning Nedmag. [..]

Burgemeester Hiemstra: ‘Met onze inwoners blijven wij zorgen houden over de zoutwinning en de stapeling van effecten van mijnbouwactiviteiten in onze regio, zoals de gaswinning in Groningen, het gasveld Annerveen en de daardoor ontstane bodemdaling. [..]

Waterschap Hunze en Aa’s klimt in de pen vanwege de bodemdaling die de zoutwinning tot gevolg heeft. Door de zoutwinning stijgen de kosten voor het waterbeheer in het gebied fors zegt het waterschap. Lees verder…

Provincie: Omgekeerde bewijslast invoeren bij zoutwinningsgebied in Veendam

23 juni 2020 | Dagblad van het Noorden | Johan de Veer

De omgekeerde bewijslast die geldt voor schades aan woningen in het Groningse gasveld moet ook van toepassing worden verklaard in het zoutwinningsgebied bij Veendam.

Dat vindt een meerderheid in Provinciale Staten van Groningen. Het provinciebestuur is gevraagd hier bij de minister op aan te dringen. Dat gebeurt in de zienswijze op het winningsplan van het bedrijf Nedmag. Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) vindt eveneens dat het bewijsvermoeden moet gelden, zoals dat gebeurt bij de gaswinning.” Lees verder…

Minister EZK verdraait advies lokale overheden

20 juni 2020 | Stop Zoutwinning

In Minister misleidt Tweede Kamer (motie Tom van der Lee c.s.) hebben we gemeld dat de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) een aangenomen Tweede Kamermotie niet uitvoert en de Tweede Kamer misleidt door te doen alsof dit wel zo is.

In het ontwerp-instemmingsbesluit over het nieuwe winningsplan van Nedmag gaat de misleiding door en gaat hij zelfs nog verder.

Hij verdraait de tekst van het advies van de gemeenten Tynaarlo en Aa en Hunze door te stellen dat zij adviseren om onderzoek te doen naar bodemdaling te doen. Dat is niet waar, hun advies is breder. Opnieuw pure misleiding.

Citaat uit het ontwerpbesluit van de minister EZK:

“De minister constateert dat het waterschap en de gemeenten Aa en Hunze en Tynaarlo aangeven dat extra onderzoek noodzakelijk is voor instemming. Deze adviseurs adviseren voordat tot instemming wordt overgegaan onderzoek te laten uitvoeren naar de effecten van de bodemdaling door zoutwinning op mens en milieu aan de bovengrond.”

Citaat uit het advies van de gemeente Tynaarlo en Aa en Hunze:

“Wij adviseren u onder verwijzing naar de adviezen van Staatstoezicht op de Mijnen het Waterschap Hunze en Aa’s nader onderzoek te (laten) doen naar de gevolgen voor mens en milieu en de veiligheid van onze inwoners te waarborgen.

Nader onderzoek zou onder meer moeten bestaan uit:

  1. De effecten van gestapelde mijnbouw: in hetzelfde gebied vindt ook gaswinning plaats.
  2. Toekomstvisie inclusief de afbouw van de zoutwinning op termijn (“levenscyclus”SODM)
  3. Onderzoek naar de effecten op het milieu in relatie met maatschappelijke opgaven en ambities op het terrein van wonen, water, natuur en landschap, recreatie, toerisme en cultuurhistorie.”

Minister misleidt Tweede Kamer (motie Tom van der Lee c.s.)

20 juni 2020 | Stop Zoutwinning

De minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) voert aangenomen Tweede Kamermotie niet uit en misleidt de Tweede Kamer. Cumulatieve effecten mijnbouw niet voldoende onderzocht (motie Tom van der Lee c.s.1 ) maar de minister doet alsof dat wel zo is.

De locatie van de beoogde Nedmag- uitbreidingen in Borgercompagnie, Kiel-Windeweer, Zuidlaarderveen en Oud Annerveen vallen binnen het effectgebied van de gaswinning in Groningen én Drenthe.

Elke activiteit in deze omgeving behoort te worden bezien in samenhang met álle gevolgen en risico’s van de gaswinning in o.a. het Groningenveld en het Annerveenveld.  Dát is de reden voor de in de Tweede Kamer aangenomen motie van Tom van der Lee1, medeondertekend door Sandra Beckerman (SP) en Frank Wassenberg (PvdD), van 16 april 2019. Hierin verzoekt hij de regering om eerst te onderzoeken wat de cumulatieve effecten van mijnbouwactiviteiten in de regio zijn, voordat een besluit wordt genomen over het winningsplan 2018 van Nedmag voor zoutwinning bij Borgercompagnie en Tripscompagnie.

De minister van  EZK heeft deze aangenomen Kamermotie in feite genegeerd door consequent alleen bodemdaling te noemen en alle overige gevolgen en risico’s te verzwijgen. Zowel in zijn antwoord op de Kamervragen daarover als in het ontwerp-instemmingsbesluit over het winningsplan.

Gestapelde mijnbouw in het effectgebied van de gaswinning uit het Groningenveld heeft echter veel meer gevolgen en risico’s.  

De antwoorden2 van de minister van EZK op Kamervragen van Tom van der Lee van 25 oktober 2019 daarover zijn zelfs zo misleidend dat er volgens ons sprake is van opzettelijk verkeerd informeren van de Tweede Kamer. 

Minister Wiebes doet het in zijn antwoorden namelijk voorkomen alsof het enige effect van mijnbouw de bodemdaling is en dat bodemdaling dus ook het enige is wat er in het kader van de motie onderzocht hoeft te worden.  Dit is  pure misleiding en buitengewoon kwalijk.  Dit is dezelfde tactiek die zowel NAM als overheid bij de gaswinning in Groningen gebruikt hebben.

Minister EZK verdraait advies lokale overheden
In het ontwerp-instemmingsbesluit over het nieuwe winningsplan van Nedmag doet hij dat ook en gaat hij zelfs nog verder. Hij verdraait de tekst van het advies van de gemeenten Tynaarlo en Aa en Hunze door te stellen dat zij adviseren om onderzoek te doen naar bodemdaling te doen. Dat is niet waar, hun advies is breder. Opnieuw pure misleiding. Lees verder …

1 Kamermotie van Tom van der Lee (32849-186), medeondertekend door  Sandra Beckerman (SP) en Frank Wassenberg  (PvdD) van 16 april 2019 over het onderzoeken van cumulatieve mijnbouweffecten in Groningen |  10 + 16 april 2019 | 32849-186.

2 Antwoord minister Wiebes op vragen van het lid Van der Lee over het advies van SodM op het winningsplan van Nedmag | 26 november 2019 | 2019D48047

Antwoorden minister Wiebes misleidend

26 november 2019 | Stop Zoutwinning

In de Tweede kamer is op 16 april 2019 voor ons een belangrijk moties aangenomen:

De motie van Tom van der Lee (32848-186), medeondertekend door Sandra Beckerman (SP) en Frank Wassenberg (PvdD).

Hierin verzoekt hij de regering om eerst te onderzoeken wat de cumulatieve effecten van mijnbouwactiviteiten in de regio zijn voordat een besluit wordt genomen over het winningsplan 2018 van Nedmag.

Het lijkt erop dat deze motie niet meegenomen is in het SodM-advies over het winningsplan Nedmag Borgercompagnie en Tripscompagnie. Aangenomen Tweede Kamer-moties mogen natuurlijk niet genegeerd worden. Daarom hebben wij dit aangekaart bij de indiener, Tom van der Lee. Hij heeft er meteen Kamervragen over gesteld.

De antwoorden van minister Wiebes op die Kamervragen daarover zijn zo misleidend dat zelfs wij daar wel even stil van waren. En wij zijn inmiddels toch heel wat gewend!

Minister Wiebes doet het voorkomen alsof het enige effect van mijnbouw de bodemdaling is en dat bodemdaling dus ook het enige is wat er in het kader van de motie onderzocht hoeft te worden. Wij hebben aangekaart bij een aantal Tweede Kamerleden. Henk Nijboer heeft er inmiddels vragen over gesteld bij het Algemeen overleg Mijnbouw van 27 november 2019.


Kamervragen Tom van der Lee 25 oktober 2019

  • Vraag 1
    Bent u bekend met het advies van het SODM inzake het winningsplan van Nedmag, dat op 23 oktober 2019 is gepubliceerd op de SODM website?
    • Antwoord 1
      Ja. Op 28 november 2018 ontving ik een gewijzigd winningsplan voor de zoutwinning door Nedmag. Hierna heb ik op 14 december 2018 eerst een bestuurlijk overleg gevoerd met de regio over de aanvraag, waarna ik op 17 december 2018 SodM om advies heb gevraagd. SodM heeft mij op 27 juni 2019 zijn advies gestuurd en op 26 september 2019 een aanvullend advies.
  • Vraag 2
    Kunt u aangeven of en zo ja, in welke mate het SODM en/of TNO bij de voorbereiding van dit advies uitvoering heeft/hebben gegeven aan de aangenomen motie-Van der Lee c.s. over het onderzoeken van cumulatieve mijnbouweffecten in Groningen?
  • Vraag 3
    Kunt u tevens in detail aangeven hoe en door wie opvolging is gegeven aan het expliciete verzoek uit de motie, dat onderzocht wordt wat de cumulatieve effecten van de mijnbouwactiviteiten in de regio zijn, voordat u een besluit neemt over het winningsplan 2018 van Nedmag of dient dit onderzoek nog plaats te vinden? Zo ja, door wie?

Antwoord 2, 3
Zowel Nedmag in de aanvulling op het winningsplan 2 als SodM in zijn advies 3 geven aan dat het bodemdalingsscenario uitgaat van de waargenomen bodemdaling waarin ook andere effecten, zoals bodemdaling door gaswinning en de autonome bodemdaling, zijn meegenomen. Het is deze cumulatieve bodemdaling waarop de genoemde adviezen betrekking hebben.

Bij motie van 10 april 2019 heeft lid Van der Lee (GroenLinks) de regering verzocht dat, voordat een besluit wordt genomen over het winningsplan 2018 van Nedmag, onderzocht wordt wat de cumulatieve effecten zijn van de mijnbouwactiviteiten in de regio. Bij de beoordeling van de aanvraag zal ik invulling geven aan deze motie.

Het is de rol en verantwoordelijkheid van zowel TNO als SodM om in hun advies op een winningsplan na te gaan of de geschetste scenario’s voor onder meer de verwachte bodemdaling reëel zijn en er voldoende veiligheidsmarges in acht worden genomen. Het staat buiten kijf dat voor een goede advisering op zowel de veiligheid als op de nadelige effecten van de bodemdaling voor het gebied er zicht moet zijn op de cumulatieve bodemdaling.

Tevens heb ik de decentrale overheden, vanwege hun regionale en lokale kennis van het gebied, gevraagd om mij te adviseren over de nadelige gevolgen van de totaal te verwachten bodemdaling. Met name effecten op natuur en milieu, de veiligheid van omwonenden en de te verwachten effecten op aanwezige bebouwing of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan, zijn van belang voor de afweging die ik moet maken in het besluit. Na ontvangst van alle adviezen, beoordeel ik de aanvraag in het licht van de cumulatieve effecten van de reeds vergunde mijnbouwactiviteiten in het gebied.

  • Vraag 4
    Kunt u verklaren waarom in de gepubliceerde rapporten van SODM en TNO niet expliciet is ingegaan op «de cumulatieve effecten van de mijnbouweffecten in de regio» of wordt stilgestaan bij bovengenoemde motie-Van der Lee c.s.?
  • Vraag 5
    Bent u bereid SODM te vragen hoe zij in hun advies tot een deels positief oordeel hebben kunnen komen over zoutwinning in nieuwe gebieden zonder eerst het onderzoek naar cumulatieve effecten in de regio uitgevoerd en gepubliceerd te hebben?

Antwoord 4, 5
Ik hecht grote waarde aan het feit dat de adviseurs onafhankelijk zijn in hun oordeel en in hun advies aan mij. Als ik verduidelijking nodig heb op een advies, dan kan ik dat vragen.

Zoals aangegeven, is bij de beschrijving van de bodemdaling en de risicoanalyse daarvan door SodM, rekening gehouden met de gaswinning uit nabij gelegen gasvelden (Groningenveld en Annerveen). De weging van deze adviezen vindt plaats in de motivatie van het besluit dat ik ga nemen op de aanvraag. In mijn besluit zal ik expliciet ingaan op de cumulatieve bodemdaling in het gebied en de motie Van der Lee c.s.

Overigens heb ik TNO gevraagd om een kaart te maken waarop de bodemdalingscontouren staan aangegeven van de cumulatieve bodemdaling die op grond van de nu geldende vergunningen en maatregelen wordt verwacht.Daarnaast heb ik TNO ook gevraagd eenzelfde kaart te maken, maar dan met de cumulatieve bodemdaling rekening houdend met het winningsplan van Nedmag dat ik nu in behandeling heb.

  • Vraag 6
    Binnen welk tijdsbestek bent u van plan een besluit te nemen over het winningsplan van Nedmag?
  • Vraag 7
    Bent u bereid, als dit besluit op korte termijn op handen is, uw besluit uit te stellen totdat deze Kamervragen beantwoord zijn en de resultaten van het onderzoek naar cumulatieve effecten publiek zijn gemaakt en met de Kamer zijn gedeeld?

Antwoord 6, 7
Ik verwacht niet op korte termijn een besluit te nemen. Momenteel ben ik nog in afwachting van de adviezen van de Technische commissie bodembeweging (Tcbb) en van de regionale overheden.Na ontvangst van deze adviezen zal ik nog advies aan de Mijnraad vragen.

Een ontwerpinstemmingsbesluit zal ik niet eerder dan in het eerste kwartaal van 2020 kunnen nemen. Vervolgens volgt er nog een zienswijze periode, en na verwerking van alle zienswijzen kan ik pas een definitief besluit nemen. In het ontwerpinstemmingsbesluit zal ik expliciet ingaan op de cumulatieve effecten van alle mijnbouwactiviteiten in het gebied.

Zie ook

 

Winningsplan Nedmag onverantwoord, meer onderzoek nodig

20 november 2019 | Stop Zoutwinning

Volgens Waterschap Hunze en Aa’s ontbreekt er zoveel informatie aan het winningsplan Nedmag 2018 dat de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) hier nog niet mee in zou mogen stemmen.
Diverse onderwerpen zijn onvoldoende onderbouwd of zelfs helemaal (nog) niet onderzocht.

Het is niet duidelijk wat de gevolgen zijn en waar deze aan de bovengrond zullen optreden.
Op basis van dit winningsplan een vergunning afgeven zou volgens het waterschap onverantwoord zijn.

Er moet onder andere nog worden onderzocht wat de gevolgen van de bodemdaling zijn op de grondwaterstromingen in het bodemdalingsgebied en naar de directe omgeving daarvan.
Dat is nodig om te kunnen bepalen welke gevolgen dit heeft op het grondgebruik van o.a.: land- en tuinbouw, natuur, gebouwen, wegen, riolering, kabels en leidingen.

De gevolgen voor mens en milieu aan de bovengrond zijn zelfs helemaal niet meegenomen in het winningsplan. Volgens het waterschap zou voor een bodemdaling met een dusdanig vergaande impact op de bovengrond en de ondiepe ondergrond een milieu effect rapportage (MER) op zijn plaats zijn.

Volgens het waterschap zijn en blijven de dynamiek en de complexiteit van de diepe ondergrond onvoorspelbaar. Naar de toekomst toe is het uitermate onzeker of er zich geen nieuwe calamiteiten en/of onvoorziene ontwikkelingen zullen voordoen die van invloed zullen zijn op het functioneren van het watersysteem. Het waterschap is van mening dat álle risico’s en gevolgen van zoutwinning volledig voor rekening zijn van de veroorzaker, niet alleen nu maar ook in de verre toekomst. Het mag niet zo zijn dat het waterschap (en dus de inwoners) dit moet betalen.

Volgens het waterschap ontbreken in dit winningsplan de benodigde zorgvuldigheid en volledigheid. In haar brief aan de minister van EZK doet zij een aantal aanbevelingen over welke onderzoeken en maatregelen noodzakelijk zijn om een zorgvuldig en verantwoord besluit te kunnen nemen.

We zijn onder de indruk van de manier waarop Waterschap Hunze en Aa’s haar adviesrol invult, haar verantwoordelijkheid neemt richting inwoners en van de keuze om het advies zo te verwoorden dat dit ook voor belanghebbende inwoners begrijpelijk is. Hier kunnen veel instanties een voorbeeld aan nemen!

Brief Advies Waterschap Hunze en Aa’s aan Minister van Economische Zaken en Klimaat  | Waterschap Hunze en Aa’s | 13 november 2019
Bijlage bij Advies met toelichting  |   Waterschap Hunze en Aa’s | 13 november 2019

 

Gemeente Midden-Groningen unaniem: Zoutwinning door Nedmag moet stoppen!

1 november 2019 | Stichting Stop Zoutwinning

Alle partijen in Midden-Groningen unaniem achter collegestandpunt: de zoutwinning door Nedmag moet stoppen.
Dat bleek tijdens de vergadering van de raadscommissie Midden-Groningen op 31 oktober 2019.

Papieren werkelijkheid, vertrouwen verdampt
De papieren werkelijkheid van het ministerie van EZK en Nedmag in de talloze rapporten komt niet overeen met de ervaringen in de praktijk. Het vertrouwen in de beheersbaarheid van de zoutwinning is volledig verdampt.

Richten op níeuwe werkgelegenheid
Nedmag weigert om het bestaande businessmodel los te laten. Dat is gericht op korte termijn rendement met schade voor een grote groep mensen en enorme milieurisico’s. Dat is buitengewoon onrechtvaardig tegenover de omwonenden en niet meer van deze tijd.

Stichting Stop Zoutwinning roept Nedmag op de bakens te verzetten en plannen te ontwikkelen die gericht zijn op verandering, duurzaamheid en lange termijnontwikkeling.

Zie ook

Zie voor meer informatie